Begrippenlijst

Op deze pagina vindt u korte, begrijpelijke uitleg van belangrijke termen uit de wereld van alternatieve beleggingsfondsen. Ideaal om vakjargon snel te begrijpen en met meer vertrouwen investeringsbeslissingen te nemen.

A

Aandeelklassen

Verschillende categorieën participaties binnen hetzelfde beleggingsfonds, die kunnen verschillen in kostenstructuur, valuta, minimale inleg en uitkeringsbeleid (distributie of accumulatie).

Absolute return

Beleggingsstrategie die gericht is op het realiseren van een positief absoluut rendement, onafhankelijk van marktomstandigheden, met nadruk op kapitaalbehoud en risicobeheersing.

Accumulatie fonds

Beleggingsfonds dat inkomsten zoals dividend en rente automatisch herbelegt, waardoor het fondsvermogen groeit zonder periodieke uitkeringen aan beleggers.

Actief beheer

Beleggingsaanpak waarbij de beheerder actief beslissingen neemt over selectie, timing en weging van beleggingen met als doel beter te presteren dan de benchmark.

Administratiekantoor

Partij die administratieve taken voor een fonds uitvoert of ondersteunt, zoals fondsadministratie, beleggersregistratie, waarderingsprocessen en rapportages.

AEX-correlatie

Statistische maatstaf die aangeeft in welke mate het rendement van een belegging samenhangt met de AEX-index, uitgedrukt als een correlatiecoëfficiënt tussen -1 en +1.

AFM Fonds ID

Identificatiekenmerk waaronder een fonds in de context van AFM-registratie, documentatie of toezicht herkenbaar is. De exacte vorm en toepassing kunnen per register of documenttype verschillen.

AFM-risico-indicator

Gestandaardiseerde risico-indicator die in fondsdocumentatie wordt gebruikt om op hoofdlijnen inzicht te geven in het risico- en rendementsprofiel van een beleggingsproduct.

AFM-risicoscore

Risicoscore op een schaal van 1 tot 7 die een gestandaardiseerde eerste indicatie geeft van het risico van een beleggingsproduct op basis van voorgeschreven methodiek.

AFM-vergunning

Vergunning van de Autoriteit Financiële Markten die vereist is voor het aanbieden van bepaalde gereguleerde financiële diensten of beleggingsactiviteiten in Nederland.

AIF / AIFMD

AIF staat voor Alternative Investment Fund. AIFMD is de Europese richtlijn die eisen stelt aan beheerders van alternatieve beleggingsfondsen binnen de Europese Unie.

Algorithmic trading

Handelsmethode waarbij orders automatisch worden uitgevoerd op basis van vooraf geprogrammeerde algoritmen, modellen en realtime marktsignalen.

Allocatie

Verdeling van vermogen over beleggingscategorieën, regio’s, sectoren of strategieën om het risico-rendementsprofiel van een portefeuille vorm te geven.

Alpha

Maatstaf voor het extra rendement van een belegging of portefeuille ten opzichte van de benchmark, gecorrigeerd voor het gelopen systematische risico.

Alternative Investment Fund

Beleggingsfonds dat buiten het UCITS-regime valt en doorgaans investeert in alternatieve activa of strategieën, zoals private equity, hedgefondsen, private debt of vastgoed.

Arbitrage

Strategie waarbij wordt geprofiteerd van prijsverschillen van identieke of sterk vergelijkbare activa op verschillende markten, met als doel een vrijwel risicoloze winst.

Assets under Management (AUM)

Totaal vermogen dat door een fonds, vermogensbeheerder of beleggingsinstelling namens beleggers wordt beheerd.

C

CAGR

Samengestelde jaarlijkse groeivoet die aangeeft met welk constant percentage een investering gemiddeld per jaar is gegroeid over een bepaalde periode.

Capital call

Verzoek van een fondsbeheerder aan investeerders om een toegezegd maar nog niet gestort deel van het kapitaal daadwerkelijk in te leggen.

Carbon credits

Verhandelbare certificaten die het recht vertegenwoordigen om een bepaalde hoeveelheid broeikasgas uit te stoten of die een emissiereductie aantonen.

Carried interest

Prestatieafhankelijke vergoeding voor fondsmanagers, vooral in private equity en venture capital, meestal als percentage van de winst boven een afgesproken drempel.

Catch-up

Bepaling in de winstverdeling waarbij de fondsbeheerder na het behalen van een voorkeursrendement tijdelijk een groter deel van de winst ontvangt om tot de overeengekomen verdeling te komen.

Closed-end fund

Beleggingsfonds met een vaste kapitaalbasis waarbij beleggers doorgaans niet op elk moment kunnen in- of uitstappen tegen intrinsieke waarde.

Co-investment

Directe investering naast een hoofd- of moederfonds, vaak door bestaande investeerders in dat fonds, in een specifieke transactie of participatie.

Committed capital

Kapitaalbedrag dat een investeerder contractueel toezegt aan een fonds, maar dat meestal pas later via capital calls wordt opgevraagd.

Commodity trading

Handel in grondstoffen of grondstoffenderivaten, zoals olie, gas, metalen of landbouwproducten.

Concentratierisico

Risico dat ontstaat wanneer een portefeuille sterk is blootgesteld aan een beperkt aantal beleggingen, sectoren, regio’s of tegenpartijen.

Correlatie

Statistische maatstaf voor de mate waarin twee rendementen of variabelen samen bewegen, uitgedrukt tussen -1 en +1.

Credit risk

Risico dat een tegenpartij of debiteur haar betalingsverplichtingen niet of niet volledig nakomt.

Crypto arbitrage

Arbitragestrategie waarbij wordt geprofiteerd van prijsverschillen van dezelfde of vergelijkbare cryptoactiva op verschillende handelsplatformen of markten.

Custody

Bewaar- en administratiedienst voor financiële instrumenten en andere activa, meestal uitgevoerd door een gespecialiseerde bewaarder of custodian.

M

Macro fundamentals

Macroeconomische kernfactoren zoals groei, inflatie, rente, werkgelegenheid en overheidsfinanciën die relevant zijn voor beleggingsbeslissingen.

Managed futures / CTA

Systematische strategie, vaak uitgevoerd door Commodity Trading Advisors, die via futures posities inneemt in verschillende markten op basis van modelmatige signalen.

Management fee

Vaste vergoeding die een fondsbeheerder periodiek ontvangt voor het beheren van een fonds of portefeuille.

Marktneutraal

Kenmerk van een strategie die probeert het netto marktrisico te minimaliseren, zodat rendement vooral voortkomt uit relatieve waarderingsverschillen.

Masterfonds

Hoofdfonds waarin één of meerdere feeder funds of andere investeerders kapitaal samenbrengen.

Maximum drawdown

Grootste procentuele daling van een portefeuille of belegging vanaf een piek tot het daaropvolgende dieptepunt binnen een meetperiode.

Mezzanine financiering

Hybride financieringsvorm tussen vreemd en eigen vermogen, vaak met een hoger risico en rendement dan senior schuld.

MiFID II

Europese richtlijn voor beleggingsdiensten en financiële markten die regels stelt aan transparantie, beleggersbescherming en dienstverlening.

Modelrisico

Risico dat beslissingen of waarderingen onjuist zijn doordat gebruikte modellen onvolledig, foutief of verkeerd toegepast zijn.

MOIC

Multiple on Invested Capital: verhouding tussen de totale gerealiseerde en nog niet gerealiseerde waarde en het daadwerkelijk geïnvesteerde kapitaal.

Multi-strategy fonds

Fonds dat meerdere beleggingsstrategieën binnen één portefeuille combineert om spreiding en flexibiliteit te vergroten.

S

Service fee

Vergoeding voor specifieke diensten of operationele ondersteuning die verband houdt met een fonds, structuur of beleggingsdienst.

Sharpe ratio

Maatstaf voor het extra rendement boven de risicovrije rente per eenheid totaal risico, gemeten via volatiliteit.

Side letter

Aanvullende overeenkomst naast de hoofdcontractatie, waarin voor een specifieke investeerder bijzondere afspraken worden vastgelegd.

Side pocket

Aparte compartimentering binnen een fonds voor moeilijk verhandelbare of moeilijk waardeerbare activa.

Skin in the game

Mate waarin de beheerder of sponsor zelf financieel belang heeft in de structuur of het fonds.

Slippage

Verschil tussen de verwachte uitvoeringsprijs van een order en de uiteindelijke gerealiseerde prijs.

Sortino ratio

Rendementsmaatstaf die het extra rendement relateert aan neerwaarts risico in plaats van aan totale volatiliteit.

Special situations

Beleggingsstrategie die inspeelt op bijzondere of afwijkende situaties, zoals herstructureringen, noodfinancieringen, spin-offs of distressed assets.

Spread trading

Handelsstrategie die inspeelt op veranderingen in het prijsverschil of rendementverschil tussen twee gerelateerde instrumenten.

SPV

Special Purpose Vehicle: afzonderlijke juridische entiteit die wordt opgericht voor een specifieke investering, financiering of transactie.

SRRI

Synthetic Risk and Reward Indicator: voormalige gestandaardiseerde risicoschaal in Europese fondsdocumentatie, inmiddels in veel gevallen vervangen door de SRI.

Stresstest analyse

Analyse waarbij wordt getest hoe een portefeuille, fonds of strategie presteert onder extreme maar plausibele marktscenario’s.

Subscription

Inschrijving of toetreding van een belegger tot een fonds, vaak onder vooraf vastgestelde voorwaarden en procedures.

Subscription line facility

Kredietfaciliteit op fondsniveau, vaak gedekt door toegezegd kapitaal van investeerders, om tijdelijk liquiditeit te overbruggen.

Systematic trading

Handelsaanpak waarbij beslissingen worden genomen op basis van vooraf gedefinieerde regels, modellen en data in plaats van discretionair oordeel.