Begrippenlijst

Op deze pagina vindt u korte, begrijpelijke uitleg van belangrijke termen uit de wereld van alternatieve beleggingsfondsen. Ideaal om vakjargon snel te begrijpen en met meer vertrouwen investeringsbeslissingen te nemen.

AlleABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ#

M

Macro fundamentals

Macroeconomische kernfactoren zoals groei, inflatie, rente, werkgelegenheid en overheidsfinanciën die relevant zijn voor beleggingsbeslissingen.

Managed futures / CTA

Systematische strategie, vaak uitgevoerd door Commodity Trading Advisors, die via futures posities inneemt in verschillende markten op basis van modelmatige signalen.

Management fee

Vaste vergoeding die een fondsbeheerder periodiek ontvangt voor het beheren van een fonds of portefeuille.

Marktneutraal

Kenmerk van een strategie die probeert het netto marktrisico te minimaliseren, zodat rendement vooral voortkomt uit relatieve waarderingsverschillen.

Masterfonds

Hoofdfonds waarin één of meerdere feeder funds of andere investeerders kapitaal samenbrengen.

Maximum drawdown

Grootste procentuele daling van een portefeuille of belegging vanaf een piek tot het daaropvolgende dieptepunt binnen een meetperiode.

Mezzanine financiering

Hybride financieringsvorm tussen vreemd en eigen vermogen, vaak met een hoger risico en rendement dan senior schuld.

MiFID II

Europese richtlijn voor beleggingsdiensten en financiële markten die regels stelt aan transparantie, beleggersbescherming en dienstverlening.

Modelrisico

Risico dat beslissingen of waarderingen onjuist zijn doordat gebruikte modellen onvolledig, foutief of verkeerd toegepast zijn.

MOIC

Multiple on Invested Capital: verhouding tussen de totale gerealiseerde en nog niet gerealiseerde waarde en het daadwerkelijk geïnvesteerde kapitaal.

Multi-strategy fonds

Fonds dat meerdere beleggingsstrategieën binnen één portefeuille combineert om spreiding en flexibiliteit te vergroten.